Historische grotkunst suggereert de oorsprong van taal, zo blijkt uit onderzoek

Steven Mike Voser
Steven Mike Voser
D
De oorsprong van taal houdt geleerden en wetenschappers al eeuwen bezig. Het is vanwege een gebrek aan bewijs bijzonder moeilijk te onderzoeken. Er bestaat daarom geen echte consensus over de manier waarop de mens taal heeft ontwikkeld. Volgens nieuw onderzoek liggen de antwoorden echter mogelijk verborgen in eeuwenoude holenkunst.
Reading Time: 3 minutes

Taal is bijzonder fascinerend. Het vormt de ruggengraat van onze communicatie. Daarbij is het volledig gebaseerd op geluiden die ons brein associeert met specifieke zaken of emoties. Maar waar komt taal oorspronkelijk vandaan? En hoe heeft het zich ontwikkeld tot het complexe systeem dat we tegenwoordig kennen? Dat is een vraag die wetenschappers, onderzoekers en geschiedkundigen al lange tijd proberen te beantwoorden. Er wordt zelfs al eeuwen gediscussieerd over de eerste menselijke taal. Over de oorsprong of leeftijd ervan bestaat nog steeds geen consensus. Dat zou binnenkort echter kunnen veranderen.

 

Dat zou binnenkort echter kunnen veranderen.

 

Shigeru Miyagawa is een linguïst aan het Massachusetts Institute of Technology. Hij is coauteur van een nieuwe studie, die suggereert dat we tekenen aan de wand niet over het hoofd moeten zien. Letterlijk. Het onderzoek (gepubliceerd in Frontiers in Psychology) suggereert dat holenkunst kan helpen de eeuwenoude vragen naar de oorsprong van taal te beantwoorden. Zo heeft Miyagawa ontdekt dat grottekeningen zich meestal bevinden op specifieke plekken met een bepaalde akoestiek. Hier kaatsen geluiden en echo’s meer terug dan op andere plaatsen. Deze locaties bevinden zich meestal dieper in de grotten en zijn moeilijker te bereiken. Deze bevindingen suggereren dat akoestiek en geluid bijzonder belangrijk waren voor grotschilderingen. Ze doen vermoeden dat de vroege mens specifieke delen van grotten uitkoos om op te tekenen. Ze bekladden dus niet zomaar de eerste de beste muur.

Volgens Miyagawa en zijn coauteurs representeren tekeningen op deze “hotspots” mogelijk de geluiden die mensen er hoorden of genereerden. Deze overdracht van informatie wordt door de auteurs “transmodale informatieoverdracht” genoemd. Dit verwijst naar het verbinden van auditieve informatie en de verwerking ervan om nieuwe visuele info te creëren. Volgens de auteurs is dit vooral interessant omdat het aantoont dat kunst de vroege mens een manier bood om complexere symbolische denkpatronen te ontwikkelen. Mensen ervoeren de wereld niet langer alleen via hun zintuigen. Ze begonnen haar namelijk te herinterpreteren middels deze kunstvorm. Bovendien is het heel interessant om te zien dat hierbij auditieve informatie en symbolische beelden samenkomen. Dit zijn immers de bouwstenen van de moderne taal. De ene persoon maakt een geluid en het brein van de ander associeert dat automatisch met een symbolisch beeld van wat de ander heeft gezegd.

“Holenkunst was een van de manieren waarop de homo sapiens dit ontzettend hoge niveau van cognitieve verwerking bereikte”, zegt Miyagawa. “Dit zeer concrete cognitieve proces zet een akoestisch signaal om in een mentale afspiegeling ervan en externaliseert dit als een beeld.” Op basis van deze informatie is Miyagawa er zeker van dat grottekeningen voor de vroege mens als communicatiemiddel fungeerden. “Ik denk dat het zeer duidelijk is dat deze kunstenaars met elkaar in gesprek waren”, zegt hij. “Het laat een gemeenschappelijke inspanning zien.” Dit is een enorme ontwikkeling in het onderzoek naar de oorsprong van taal.

 

Dit is een enorme ontwikkeling in het onderzoek naar de oorsprong van taal.

 

Men meent dat de menselijke soort zo’n 200.000 jaar oud is en ongeveer halverwege gebruik is gaan maken van taal. Daarnaast bestaan er heel weinig concrete ideeën en is er weinig consensus wat taal betreft – waar komt het vandaan en wat heeft de mens gestimuleerd om het te gebruiken en te ontwikkelen? Maar waarom bestaat er zo weinig consensus over de oorsprong van taal? Hoofdzakelijk omdat er bijna geen bewijs is aan de hand waarvan stevig onderbouwde meningen of theorieën gevormd kunnen worden. “Het idee is dat taal niet fossiliseert en dat is waar, maar in deze artefacten [grottekeningen] kunnen we misschien iets zien van het begin van de homo sapiens als symbolisch wezen”, aldus Miyagawa.

Kunst in grotten is overal ter wereld te vinden. Bekende voorbeelden zijn Lascaux (Frankrijk), Altamira (Spanje), de Blombos-grot (Zuid-Afrika) en Sulawesi (Indonesië). Voor Miyagawa bevatten deze locaties mogelijk de sleutel tot het begrijpen van de oorsprong van onze taal. “Op akoestiek gebaseerde rotskunst moet een rol hebben gespeeld in het vormen van onze cognitieve symbolische geest”, zo meent hij.