10 uitspraken die u nooit moet gebruiken op de werkvloer

Grant Robinson
Grant Robinson
B
Bij een goede kantoor-etiquette gaat het niet alleen om het vermijden van de verkeerde woorden. Het gaat namelijk net zo goed om het zeggen van de juiste dingen. Vermijd deze 10 uitspraken op de werkvloer voor positieve relaties met collega's en klanten.
Reading Time: 4 minutes

10 UITSPRAKEN DIE U NOOIT MOET GEBRUIKEN OP DE WERKVLOER

Woorden hebben ongelooflijk veel kracht. Ze kunnen bejubelen en denigreren, verduidelijken of misleiden en vreugde of verdriet brengen. Ze kunnen zelfs viraal gaan, zodat de hele wereld ze hoort. Op kantoor zijn woorden en zinnen misschien wel belangrijker dan waar dan ook. Zo bepalen ze grotendeels hoe mensen naar een werknemer of werkgever kijken. Bovendien wordt de relatie tussen het bedrijf en de klant erdoor bepaald. Woorden, en de manier waarop ze worden gebruikt, spelen een grote rol bij het welbevinden op kantoor. Bovendien zijn ze essentieel voor duidelijke communicatie en zelfprofilering. Hieronder noemen we 10 uitspraken die u nooit moet gebruiken op de werkvloer. Sommige zijn gewoon uitdrukkingen die niet meer van deze tijd zijn, terwijl u zich met andere behoorlijk belachelijk kunt maken. In het ergste geval komt u onprofessioneel over bij klanten, collega’s en bazen. Wees voorzichtig met wat u zegt.

 

1: “JONGENS”

Het wordt zo gemakkelijk gezegd in een dagelijks onderonsje. Op de werkvloer is het echter niet passend. Allereerst omdat het zeer informeel is en dat komt onprofessioneel over. Ten tweede is het niet accuraat als er vrouwen aanwezig zijn. Het kan daarbij respectloos overkomen. Ten derde is kantoortaal over het algemeen minder genderspecifiek. “Jongens” is dus ouderwets. Probeer in plaats daarvan woorden te gebruiken die meer geschikt zijn. Denk aan “u en uw organisatie” of “u en uw team”. Ook alleen “u” is voldoende.

 

 

2: “GEEN PROBLEEM”

Deze onschuldige doorsnee uitspraak wordt wereldwijd steeds vaker gebruikt. Mensen denken er nauwelijks bij na als ze het zeggen. Voor Bart Simpson is het misschien “no problemo”, maar op kantoor is dergelijke taal niet geschikt. Het impliceert dat de uit te voeren taak een probleem is. Of dat u de persoon die u de opdracht geeft, lastig vindt. Houd het maar gewoon bij “graag gedaan” of “met alle plezier”. Beleefd zijn is altijd goed.

 

Beleefd zijn is altijd goed.

 

3: “OM EERLIJK TE ZIJN”

Ook deze onschuldige uitspraak past niet op de hedendaagse werkvloer. U geeft de persoon tegen wie u spreekt hiermee het idee dat u daarvoor niet eerlijk was. Woorden waarbij eerlijkheid of transparantie in twijfel worden getrokken, moet u wissen uit uw kantoorvocabulaire.

 

4: “SH*T”

Uit veel psychologisch onderzoek blijkt dat vloeken goed is voor onze psyche. Dat kan dan wel zo zijn, maar het is niet geschikt voor de werkvloer. Als u gefrustreerd bent en een krachtterm uit, verontschuldig u dan tegenover uw collega’s. Vervolg uw werk daarna zonder opnieuw de mist in te gaan. Het is echter veel beter om helemaal niet te vloeken.

 

5: “HET KLINKT MISSCHIEN STOM, MAAR”

Mensen met een laag zelfbeeld spreken vaak denigrerend over zichzelf. Een voorbeeld is de hierboven genoemde zin. Hiermee vist iemand naar complimenten. Het is echter niet aan uw collega’s om uw ego een boost te geven. Bovendien veronderstelt dit een negatieve reactie van iemand anders. U kunt beter kiezen voor een andere formulering. Bijvoorbeeld: “Ik heb een nieuw idee; het is niet de manier waarop we het gewoonlijk doen, maar ik denk dat het nuttig is”. Een dergelijke zin straalt zelfvertrouwen uit en is voor collega’s positief om te horen.

 

6: “IK ZAL HET PROBEREN”

Niets schaadt het vertrouwen meer, dan het horen van deze uitspraak. U kunt beter kiezen voor woorden die vertrouwen scheppen. Gebruik daarom liever uitspraken met “dat kan ik”. Het klinkt veel positiever als u zegt: “Ik heb er alle vertrouwen in dat…” of “Ik weet zeker dat…”. Dit zorgt voor optimisme op de werkvloer en laat zien dat u zelfvertrouwen hebt.

 

Dit zorgt voor optimisme op de werkvloer en laat zien dat u zelfvertrouwen hebt.

 

7: “DAT IS ONMOGELIJK” OF “IK KAN DAAR NIETS AAN DOEN”

Dit zijn negatieve, definitieve uitspraken die niet waar kunnen zijn. Ze stralen pessimisme uit, zelfs hopeloosheid. Niets is onmogelijk en woorden op zich kunnen al bijdragen aan het oplossen van moeilijke situaties. “Laten we zien wat we kunnen bereiken onder de huidige omstandigheden.” Deze zin is bijvoorbeeld een positieve bijdrage die de moraal bevordert. Dat valt op bij werkgevers. Een leidinggevende herkent meteen een “dat kan ik” instelling en waardeert een dergelijke houding zeer.

 

8: “ALTIJD” & “NOOIT”

Het uitspreken van deze superlatieven kan gevaarlijk zijn. Als ze niet waar blijken te zijn, komt u nogal belachelijk over.

 

9: “GRAPJE”

Als u een faux pas moet uitleggen met de zin: “het is maar een grapje”, dan heeft u blijkbaar iemand gekwetst. Voor de harmonie op de werkvloer is het beter om niets te zeggen dan iets wat verkeerd kan overkomen.

 

10: “IK WIL ALLEEN MAAR WETEN” OF “IK WIL ALLEEN MAAR ZEGGEN”

Als u deze uitspraken gebruikt, getuigt dat van een gebrek aan zelfvertrouwen. Het zijn overbodige zinnen die een aarzeling laten blijken. Zeg rechtstreeks wat u bedoelt en doe dat met overtuiging.